PLEIDOOI VOOR CREATIVITEIT
(uit: WVT nr 57, voorjaar 1991. Auteur: Dirk Terryn. Tekst aangepast)
In elke mens leeft een onsterfelijke droom: volledig zichzelf te kunnen zijn, in vrijheid en harmonie te mogen genieten van het leven. De basis van deze wereldomvattende "utopie van de vrijheid" moet niet ver gezocht worden. In ieder mens leeft een innerlijke drang naar vervulling, naar ontplooiing van de eigen vermogens, waaronder de creativiteit. Kortom: elk mens streeft naar de verwezenlijking van het eigen ZELF. Een utopie die door de maatschappelijke realiteit wordt gedwarsboomd: discriminatie van stand en status, geslacht of leeftijd, massaconsumptie, concurrentie ... geven niet veel uitzicht op een samenleving waarin iedereen zijn gewenste inbreng heeft.
Waarom is deze drang in de realiteit zo onderdrukt ? Wat belemmert de groei van ieder mens als "mens" ? Waarom wordt de daagse werkelijkheid gekenmerkt door gebrek aan persoonlijkheid en overvloed aan slaafse volgzaamheid ?
Wij, mensen van de twintigste eeuw, zijn onze oorspronkelijkheid in de loop van de geschiedenis kwijt geraakt. De band met de boeiende natuur is door onze dorst naar kennis en wetenschap meer en meer in de vergeethoek geraakt. De natuurwetenschap van de negentiende eeuw heeft ons naar een "mechanisch opvatten van de psyche" geleid. Wij spreken nu van het denken, het waarnemen, het vaststellen, het aanvoelen, en vergeten onze eigen totaliteit. We splitsen niet alleen uraniumkernen; we zijn er ook in geslaagd het eigen "ik" te verdelen in duizend en één stukjes.
Het rationalisme analyseert en verabsoluteert het verstand, maar ziet de gevoelens en het verlangen (de wil) over het hoofd.
Het materialisme leidt tot utilitarisme: het nuttigheidsideaal dringt zelfs door tot in de opvoeding. Dromen worden bedrog. De "spelende mens" wordt verdrongen.
In onze maatschappij lijkt het alsof belangrijke waarden zoals lichamelijkheid, spontaneïteit, expressiviteit en creativiteit bijna niet vrijgemaakt mogen worden. "Persoonlijkheid", dit is de dingen op een eigen wijze zien en ervaren, wordt gewantrouwd.
Onze westerse cultuur van prestatie, consumptie en concurrentie onderdrukt alle innerlijkheid om de meer "produktieve" oppervlakte van ons mens-zijn te bevorderen. Willy Deckers spreekt over een "structurele onderdrukking van de diepste mogelijkheden en de eigen identiteit van het menselijke zelf". Vanuit zijn dualistisch mensbeeld (lichaam en verstand worden als twee afzonderlijke componenten beschouwd) stelt het westers cultuurpatroon het primaatschap van het verstand voorop.
Lichamelijkheid wordt zo verdrongen dat er binnen de mens zelf een "onbewuste" gespletenheid is gegroeid tussen lichaam en geest, die tot allerlei vormen van agressie leidt. Ondertussen krijgt de "lijfcultuur" meer aandacht: de lichamelijke prestatie wordt het surrogaat van de "bevrediging".
We kunnen het leven echter niet blijven opsplitsen in vakjes, of herleiden tot rationele vaardigheden. (Of zullen we het volgende decennium over de half-dimensionele mens spreken ?) Het is in ons eigen belang onze eigen complete "ik" terug te vinden en te vormen. We zullen op zoek moeten gaan naar onze verbondenheid met natuur, lichaam, geest en mysterie (God). Dankzij de expansie van de wetenschap en techniek, hebben wij enorme kansen tot een volwaardige menselijke ontplooiing.
In dit besef zijn er enkele waardevolle opvoedingsvisies gegroeid. Pedagogen "ontdekten" het belang van spel in het leerproces. In onze buurlanden (vooral Engeland en Duitsland) verschenen tal van studies over "de vormingsaspecten van DRAMA". In Engeland werd in de jaren 60 het vak dramatische vorming in het lessenpakket voorzien.
Rond CREATIEF SCHRIJVEN verscheen in ons eigen land Dichtersbij (Dirk De Geest) in 1982 en Gedichten door-zien (Wilfried Luyten en Marc Stevens) in 1986.
In ons eigen onderwijssysteem werden met het V.S.O. ook de vakken "expressie" en "Nederlands-expressie" gelanceerd. De omslachtige omschrijving in het leerplan, de niet-opgeleide noch begeleide leerkrachten en het complementaire aspect van deze vakken, gaven dit vak al vlug de allure van een opvul-activiteit, een zoethouder. "Expressie" kreeg een té vrijblijvend karakter en met de termen creativiteit en lichamelijkheid werd te pas en te onpas gegoocheld. Ook in de leerboeken werd het label "creatief" graag gehanteerd. Dikwijls stond het voor weinig doordachte en opgebouwde activiteiten.
De laatste jaren worden we overspoeld door extra onderwijsdoelen: burgerzin, sociale vorming (b.v. leefsleutels), leren leren, ... Ook het vakkenaanbod voor de leerlingen vergroot. Het expressie-uurtje valt weg of de leraar Nederlands maakt er wat minder tijd voor. Hij moet nog zoveel...
Toch blijven we graag pleiten voor creativiteit in het onderwijs en creatief schrijven tijdens de lessen Nederlands in het bijzonder. Immers: " Iemand die creatief is, bekijkt de wereld met een nieuwe visie. Hij laat het na, nieuwe problemen met oude oplossingen te lijf te gaan. Hij gaat er van uit dat hij de antwoorden niet kent. Zo benadert hij het leven als een kind dat met grote ogen nieuwsgierig en verbaasd de wereld in kijkt, en hij is nog niet gestructureerd in zijn wijze van denken en zijn. Een mens wiens persoonlijkheid niet verstard is, is vrij zijn verbeelding te gebruiken in de confrontatie met de voortdurend veranderende levensomstandigheden." ( A. Lowen )
Veel succes.